Probeer niet zelf te blijven drijven, maar vertrouw

man die drijft op luchtbed in blauw water, met armen wijdt genietend van de zon

Petra van Putten

Een tijd geleden ging ik naar een samenkomst en ik had hoge verwachtingen. Darin Hufford zou spreken. Ik heb ook zijn boek gelezen ‘De onbegrepen God’. Mede door het lezen van dit boek zijn mijn ogen opengegaan.
En ik ben voor mezelf tot de overtuiging gekomen: Religie werkt niet, geloven wel.
En dat maakt heel veel uit voor hoe ik nu naar dingen kijk en omga met situaties in mijn leven of reacties van mensen op mij of op een ander.
Zo geloof ik dat een kerk niet tot doel heeft dat ‘de machine goed moet lopen’ maar dat mensen mogen leren om te zijn wie ze zijn. Een plek waar het veilig is, waar niemand een ander oordeelt. Maar waarin we samen op weg zijn om steeds meer in de intimiteit met Vader te komen. Het zijn bij Hem is een doel op zich. Want vanuit dit zijn bij Hem en door Hem kan Hij door mij heen werken.
Niet ik werk voor Hem, maar Hij werkt door mij heen.
Niet ik laat Zijn liefde aan de wereld zien, maar Hij gebruikt mij, mijn lichaam, om Zijn liefde te openbaren aan de mensen om me heen. Hij gebruikt mijn armen om de ander te omhelzen. Hij gebruikt mijn benen om naar een ander toe te gaan. Hij werkt door mijn ogen om de ander te zien. Ik hoef alleen maar te zijn.

Vanochtend heb ik de boodschap van onze Vader weer ingedronken, verwoord door Darin.
Stel je voor, je bent een kind dat gaat leren zwemmen. Ik kan me dat nog herinneren als de dag van gisteren. Ik vond zwemles helemaal niet leuk en het heeft me dan ook heel wat tijd en stress gekost om mijn A-diploma te halen. Vooral het op mijn rug zwemmen vond ik een ramp.
Stel je voor dat iemand, je vader of je moeder jou vasthoudt terwijl je op je rug in het water ligt. Dat kan een veilig gevoel zijn, hun handen die jou dragen. Dan komt het moment dat ze je loslaten. Ze hebben je van tevoren meerdere keren verteld dat je lichaam dan vanzelf blijft drijven. En je gelooft ze natuurlijk.
Maar dan komt het moment dat je voelt dat die handen je echt loslaten. Je voelt ze niet meer onder je rug.
En wat gebeurt er dan?
Dan blijf je niet gewoon liggen, nee, dan ga je proberen te blijven drijven met als gevolg dat je………..zinkt.
Je moet niet zelf proberen om te blijven drijven, maar geloven dat je blijft drijven.
Zo is het ook met ons geloof in God.
Wij moeten niet van alles proberen te doen om te ‘blijven drijven’ maar vertrouwen dat God ons draagt.

Het gaat om geloven.
Wanneer je kind je vraagt om met je te gaan spelen, wat doe je dan?
‘ik ben juf en jij bent het kind’, wordt je verteld.
Ga je eerst lekker je boek uitlezen? Je puzzel afmaken? De was doen?
Natuurlijk, dat kan allemaal, en er is niks mis mee.
Maar, dan kom je op het moment dat je de vragen niet kunt weerstaan en ben jij het kind en je dochtertje de juf. Dan speel je niet alleen met het kind, nee, je bent je spel, je gelooft erin. Jij bent op dat moment in de klas en jouw dochter is de juf. Je beleeft het samen.
Je beleeft het samen omdat je er samen in gelooft. Dat maakt het heerlijk om samen te doen. En dan ben je niet meer aan het spelen, maar samen aan het beleven. Zo mogen wij geloven. Daarvoor hoeven we niet te fantaseren, maar we mogen wel geloven en ervaren.

Geloven is heerlijk als je mag drijven in de zee van Gods liefde. Als je je vol vertrouwen over kunt geven aan Zijn liefde.
En dan kan het gebeuren dat er mensen om je heen zijn die je vertellen dat je iets moet gaan doen en dat je niet zomaar kunt liggen drijven. Ze stellen je kritische vragen of je wel zeker weet dat het water je zal houden. En ze vinden misschien dat jij moet zwemmen in plaats van drijven. Je kunt toch niet zomaar niets doen?
God heeft ons toch gemaakt om voor Hem te werken?
Hij heeft toch niet voor niets een wet aan ons gegeven?
En dan kan de twijfel toeslaan. Je begint te zwemmen, je wordt moe, gaat kopje onder en probeert je vast te grijpen aan de kant of aan een andere zwemmer. Het lukt je niet om zelf je hoofd boven water te houden.
En dan is het erge dat degenen die je hebben verteld dat je niet ‘zomaar moet liggen drijven’ je zullen vertellen dat je niet op de goede manier zwemt. Dat je misschien een geest van angst hebt en het daarom niet goed doet. Ze vertellen je dat je teveel twijfelt. En zo gaat het door.

En zo durven veel christenen niet te drijven omdat ze de boodschap van de genade niet kennen.
Misschien vraag je je af wat genade hiermee te maken heeft.
Dat is me vanmorgen glashelder geworden. Nou ja, ik denk dat ik deze boodschap nog heel vaak wil indrinken en tot me nemen. Het sluit zo nauw aan bij de openbaring van het Vaderhart van God.
We kunnen een mensenleven ook vergelijken met een lichtsnoer. Zo eentje die we aan ons huis hangen als het Kerst is. Heel veel lichtsnoeren branden niet omdat het eerste lampje kapot is. En dat eerste lampje heet genade.
Wij denken vaak dat genade er is voor de zonde. Maar dat is een misvatting.
Waarvoor is genade dan wel?
Het is voor jou en mij.
De wet hoort bij de zonde. Als wij onszelf inpluggen op de wet komt de zonde tot leven. Het zijn twee polen van een batterij die elkaar aantrekken. Wie onder de wet leeft, eet van de boom van kennis van goed en kwaad. En dat maakt dat je dood gaat.
De zonde is een beest dat je op wil eten.
En wij mensen denken dan dat we het beest genade moeten voeren om hem te laten stoppen.
Maar zo is het niet.
Jezus nam al onze zonden op Zich aan het kruis. En toen het zondebeest op Hem afkwam, werd Hij verslonden met al onze zonden. Maar Hij stond weer op vanuit Zijn opstandingskracht. En kooide het zondebeest.

En nu zijn we rechtvaardig. Dat hoeven we niet te worden. Daar kunnen we niet voor werken. Nee, dat zijn we. Kunnen we dat geloven?
Wanneer genade en rechtvaardigheid samen gaan, dan gaat onze lichtketting branden.
Wij hoeven alleen maar te drijven op die genade vanuit het vertrouwen dat we rechtvaardig zijn.

En als we dan zo samen in de intimiteit met Vader zijn, dan weten we wat we mogen bidden.
Veel mensen bidden als reactie op wat ze om zich heen zien gebeuren.
Als iemand ziek is, bidden ze voor genezing.
Als iemand zijn huis uit moet, bidden we dat dit tegengehouden wordt of dat hij of zij snel weer een ander huis zal krijgen.
Het is dan maar de vraag of dat ook is wat Vader wil.
Stel, je gaat met je kinderen naar een pretpark.
De twee oudsten zitten achter papa en mama op de achterbank.
De drie jongsten zitten helemaal achterin. Ze zien onderweg van alles en reageren daarop. De een ziet een speelgoedwinkel en wil daar iets gaan kopen voor zijn zakgeld. De ander ziet een zwembad en wil graag zwemmen. De derde ziet zijn vriendje lopen en wil al bijna uit de auto springen om samen te gaan spelen. Maar de ouders zeggen ‘nee, we gaan naar het pretpark’. Maar dat zegt de jongste drie niks, want ze zijn er niet eerder geweest. Ze vragen dus in reactie op wat ze zien.
De oudste twee vragen andere dingen. ‘ga je ook mee in die nieuwste attractie?’ ‘gaan we er ook eten?’ en de ouders zeggen ja. Deze kinderen weten wat ze vragen omdat ze er eerder geweest zijn.
Als je dit vertaalt naar ons christenleven, worden de gebeden van de jongste drie niet verhoord en van de oudste twee wel. Zij zitten dichter bij papa en mama en weten waar ze heengaan. Hoe dichter we bij Vader zijn, hoe beter we los kunnen laten en weten we wat we mogen vragen.

Ga naar de inhoud